Over zin en nut in het bedrijfsleven

Idema Bedrijfsfilosofie is beoefenaar en medeontwikkelaar van het vak bedrijfsfilosofie. Bedrijfsfilosofie is een relatief jonge en nog lang niet uitontwikkelde discipline. Pioniers in Nederland zijn onder andere Jos Kessels (1948) en Erik Boers van advies- en opleidingscentrum Het Nieuwe Trivium, dat filosofie inzet om binnen organisaties tot een meer vruchtbare dialoog te komen. Internationale wortels kunnen ondermeer worden gevonden bij Gareth Morgan (1943), auteur van het boek 'Images of Organisation' en meer algemeen (en recentelijk) in de opkomst van 'corporate storytelling', dat net als de bedrijfsfilosofie tot doel heeft om richting en duiding te geven aan het geheel van de organisatatie en haar ontwikkeling door te tijd. Bedrijfsfilosofie is een vorm van toegepaste filosofie. Net als bijvoorbeeld de beoefenaars van het filosofisch consult (doorgaans via de methode van het Socratisch gesprek), beoogt zij materiëel succes en immateriële vervulling voor haar cliënten.

 

De kennis van Idema bedrijfsfilosofie is onder meer gestoeld op de branding theorie (Aaker, Keller) en strategisch management (Mintzberg) en richt zich meer specifiek op de rol van communicatie bij strategievorming en positionering. Een kernwoord van Idema’s managementfilosofie is ‘Zin’. Hieronder een schematische weergave van hoe het streven naar 'maximalisatie van zin' zich verhoudt tot de meer gangbare focus op nutsmaximalisatie binnen organisaties en de bedrijfswetenschappen in het algemeen.

     

 

Paradigma’s

NUT

ZIN

Kern van de gebruikte logica

A posteriori

Focus bij het doen van voorspellende uitspraken is: ‘hoe werkte het bij soortgelijke gevallen in het verleden?’. Vervolgens is de aanname dat dit in de toekomst - en in het nieuwe geval - ook zo zal gaan.

A priori

Focus bij het doen van voorspellende uitspraken is: ‘Verwacht van nuttige acties een toekomst als ze op goed beredeneerde en betekenisvolle wijze bijdragen aan een welbepaalde, centrale gedachte.’

Dus het beslissende argument is gebaseerd op:

Eerdere ervaring (van jezelf of anderen)

Redenering ('filosoferen')

Bevattelijk maken door

Systematische ordening

Analyse en betekenisgeving

Economisch doel

Nutsmaximalisatie

Zinmaximalisatie

Hecht vooral belang aan

Feiten

Percepties

Wat prevaleert is…

…Het verstand

…De rede

…leidend tot:

Verstandige besluiten

Redelijke besluiten

En producten die…

…nut hebben

…als zinvol worden ervaren

Leidt in de maatschappij tot

Minimale verschillen

Maximale authenticiteit

Medewerkers tonen:

Hun succes is:

Werken is:

'In or out’:

Professionaliteit

Cultureel bepaald

Samenwerken

Voorwaarde = passen binnen de bedrijfscultuur

Interesse en eigenheid

Sterker sociaal bepaald 

Samen werken

Voorwaarde = gedeeld geloof in de bedrijfsfilosofie 

Innovatiebron o.a. voor marketing communicatie:

Creativiteit

Door brainstormen op nieuwe ideeën komen en die uitvoeren ten behoeve van een verrassende nouveauté

Filosofie

Door filosofische analyse verborgen betekenissen gebruiken als fundament voor een verrassende nouveauté

Probleemaanpak

A priori methode

Kort na de signalering van een probleem start het project. Gericht op het oplossen van het probleem wordt een plan van aanpak opgesteld. (B.v. SAP implementatie, een communicatietraject, een fusie, reorganisatie, een NPD project, de aanschaf van een betere machine)

Uitstel van methode

Eerst worden de problemen zelf en hun context zo a-methodisch mogelijk geobserveerd, met oog voor de kanszijde van problemen. Pas dan komen de instrumenten (automatisering, centralisering, communicatie, empowerment, een andere financiering?) aan bod.

Marketing filosofie

Find a need and fill it.

Uitgangspunt is waar binnen marktsegmenten vraag naar is. Het doel van het bedrijf is om behoeften zo goed mogelijk te bevredigen. Bedrijven verzamelen zich rondom marktvraag.

Discover value and proliferate.

Uitgangspunt is wat jij als organisatie (merk) voor waardevols te bieden hebt in relatie tot de tijdsgeest. Klanten verzamelen zich rondom een aanbod.

 Concurrentie focus

Benchmarken - net zo (goed) worden als de beste concurrent

 Zinvol onderscheid maken t.o.v. alle concurrenten

Communicatie

Outbound

Zoveel mogelijk (één of meerdere) boodschappen zaaien. Massa- en crossmediale push.

Inbound

De boodschap zelf moet voetjes krijgen en dus gevonden en/of doorverteld worden. Niet duwen maar trekken. Gebruik van social media.

Dominante hersenhelft in management denken

Links

-Dominant sinds de industriele revolutie
- Belichaamd door management universiteiten als Harvard en Oxford
- lineair, logisch denken
- cijfers en statistiek centraal
- methodes moesten bovenal bewezen kunnen worden
- Excel management  

Rechts

- Opkomend in 21e eeuw
- naast wetenschap weer aandacht voor filosofie:
- van 'wat kan ik doen?' naar 'wat zal ik doen?'
- industrie staat niet meer zichzelf, maar ten dienste van inspirerende 
ideeën

- Begrijpen wat de klant ten diepste beweegt

'Bedrijfsreligie'

Het ideaal van de top is: “All for one, one for all.”

Respect voor de hiërarchie

De werknemer wordt geacht loyaal te zijn richting de organisatie.

Loyaliteit wordt verwacht.  

De top wil gedeelde passie voor het organisatiedoel.

Respect voor iedereen

De werknemer wordt geacht zich vanuit zijn of haar rol te verbinden aan het organisatiedoel.

Loyaliteit wordt gecreëerd.

Onderscheidende waarde

Minimaal

Streven: nóg beter, sneller, goedkoper. Resultaat: meer van hetzelfde.

Maximaal

Streven: zo eigen mogelijk. Resultaat: Authenticiteit, herkenbaar karakter.